Stel je voor: een robot die oude straatstenen sorteert, schoonmaakt en opnieuw stapelt. Even verderop wordt asfalt gemengd, twintig graden lager dan gebruikelijk. De bouwkeet draait op zonnepanelen en een waterstofaggregaat voorziet de hele bouwplaats van stroom, zonder dat het stadsnet er nog aan te pas komt. Dit is ‘De Nieuwe Straat’: waar de gemeente Amsterdam samen met uitvoerende aannemers, AMS Institute, TU Delft en Wageningen University & Research onderzoekt hoe de infrastructuur van morgen eruitziet.
De Nieuwe Straat maakt deel uit van het Nationaal Groeifondsprogramma Toekomstbestendige Leefomgeving. Het project vormt een ecosysteem van pilots (Living Labs), die elkaar versterken en zich elk op een ander onderdeel van de stedelijke infrastructuur richten. Zo wordt duurzaam asfalt getest op vier locaties in Amsterdam: het Nelson Mandelapark, de Van Nijenrodeweg, de Gooiseweg en de Middenweg. Daar worden lage-temperatuurmengsels, synthetische bindmiddelen en biobased alternatieven voor bitumen beoordeeld op prestaties en levensduur onder echte verkeersomstandigheden. De eerste resultaten geven nu al richting aan de inkoopbeslissingen van de stad.
De straten van Amsterdam liggen vol stenen die al generaties lang meegaan. Het probleem was altijd dat hergebruik te duur was. Een speciaal ontwikkelde stapelrobot van aannemer Beentjes neemt nu het opnieuw stapelen na het schoonmaken over. Daardoor dalen de arbeidskosten, waardoor hergebruik tot nu toe onhaalbaar was. Het resultaat mag er zijn: een relatieve CO₂-reductie van 98%, de grootste besparing van alle pilots op de Milieukostenindicator.
“We willen het hergebruik van straatstenen zoals gebakken klinkers vergroten door de huidige processen, logistiek en emissies te analyseren. Als schakel tussen de stad en aannemers bieden we inzicht en nieuwe ideeën om de transitie naar een circulaire economie te ondersteunen.”
– Petar Koljensic (research fellow at AMS Institute)
En bij het verduurzamen van steden is de energievoorziening op de bouwplaats lange tijd een blinde vlek gebleven. In drie fasen testten aannemer KWS en de gemeente groene waterstof als basis voor een emissievrije bouwplaats. Eerst draaide een bouwkeet op waterstof, batterijen en zonnepanelen. Daarna werd het opladen van zwaar elektrisch materieel toegevoegd. Tot slot werd een complete asfaltwerkzaamheid van stroom voorzien met een brandstofcel van 100 kW en een MEGC-trailer. Door ongeveer 22.000 liter diesel te vervangen door 219,7 kg groene waterstof daalde de relatieve CO₂-uitstoot met 58%.
Opschalen van innovaties
Opschaling van veel van deze oplossingen liep niet vast op de techniek, maar op logistiek en regelgeving. Zo is groene waterstof nog niet overal beschikbaar. Er gelden ruimtelijke veiligheidseisen en een vergunningstraject van negen maanden zorgde ervoor dat de laatste fase korter uitviel. In 2026 wordt een nationale technische afspraak (NTA) voor waterstofaggregaten gepubliceerd. Die moet de vergunningverlening op Nederlandse bouwplaatsen duidelijker en eenduidiger maken.
Een ander obstakel voor opschaling is een gebrek aan opslagruimte. De gemeente werkt daarom aan het opzetten van een HUB: een grote loods in de Amsterdamse haven waar materialen voor infrastructuur worden opgeslagen en verwerkt, en waar gemeente, aannemers, kennisinstellingen en jong talent samen kunnen werken.
“Ik geloof dat we van technologie kunnen leren, net zoals we leren door naar de natuur te kijken. In Living Labs kunnen de gemeente en de samenleving als geheel leren van een van de grootste technische prestaties van de mens: slimme, veerkrachtige en duurzame steden.”
– Sacha Stolp (regisseur Toekomstbestendige Assets bij de gemeente Amsterdam)
In De Nieuwe Straat werken onder meer de gemeente Amsterdam, Beentjes GWW, Dura Vermeer, Heijmans, BAM Infra, Rutte Groep, Van Gelder, KWS, Germieco, Markus Veekens en H. van Wijk samen aan toekomstbestendige oplossingen voor complexe vraagstukken en aan een nieuwe manier van werken in de infrasector.
Samen risico’s nemen
Wie voorop wil lopen met innovatie, moet samen risico’s durven nemen. Maar hoe krijg je iedereen op één lijn als er veel betrokkenen zijn, belangen botsen en er onzekerheden zijn? In De Nieuwe Straat zit het antwoord in twee rollen die elkaar aanvullen.
De Living Lab-coördinator houdt het grote geheel in het oog. De coördinator werkt vanuit AMS Institute en weet hoe het werk past binnen het bredere landschap van de stad, de infrasector en onderzoek. De Mediator of Innovation zorgt, vanuit de gemeente of de aannemer, voor verbinding tussen mensen en organisaties en ziet dagelijks hoe het project verloopt. De mediator brengt belangen op één lijn en houdt de gezamenlijke doelen in beeld, ook als de druk van de eigen organisaties voor spanning zorgt. Samen zorgen ze ervoor dat losse pilots uitgroeien tot blijvende veranderingen in de infrastructuur.
Claudia Walraven, Mediator of Innovation bij de gemeente, ziet dat projecten sneller vorderen, dat de besluitvorming soepeler verloopt en dat resultaten beter meetbaar zijn. Tim Rietmeijer van aannemer KWS vertelt dat die samenwerking zijn team en project echt verder brengt: “Samen met de Mediator of Innovation kijken we hoe we kunnen innoveren en duurzamer kunnen worden. Onze waterstofunit is onze trots; die wordt momenteel op een andere locatie in de stad getest. En we onderzoeken al of we nieuw emissievrij materieel en innovatieve asfaltmengsels kunnen toevoegen.”
De Nieuwe Straat is zo opgezet dat het project steeds opnieuw van waarde is: een nieuwe tool voor emissiemonitoring legt per project en in realtime data vast over de gebruikte materialen, voertuigen en machines. Daarnaast ontwikkelen onderzoekers van TU Delft voorspellende onderhoudsmodellen op basis van AI. Daarmee kan Amsterdam beter bepalen wanneer en hoe het ingrijpt in het wegennet. Een handmatig proces wordt zo geautomatiseerd: het gaat sneller, er worden minder fouten gemaakt en het kijkt verder vooruit dan een traditionele planning.
Deze pilots staan niet los van elkaar, maar zijn verbonden binnen een Living Lab: een omgeving met een duidelijke structuur waarin gemeenten, aannemers en onderzoekers samen experimenten opzetten. Ze proberen oplossingen uit in de stad en leren van zowel succes als mislukking. Zo ontstaat in de hele sector een cultuur van gezamenlijk problemen oplossen, die telkens nieuwe verbeteringen, lessen en praktische oplossingen oplevert.
“De Living Lab-werkwijze is een krachtig middel om Amsterdam en andere steden toekomstbestendig, veerkrachtiger en rechtvaardiger te maken. Om de stad echt te veranderen, heb je een structurele en effectieve aanpak nodig. Daarvoor ontwikkelde AMS Institute dit handboek, dat we in ons dagelijkse werk in Living Labs gebruiken.”
– Mark Kauw (Urban Living Lab Program Developer bij AMS Institute)
Lees meer over de AMS Urban Living Lab Way of Working
Leerlab Infra: de werkwijze delen
Een Living Lab zoals De Nieuwe Straat houdt zijn inzichten niet voor zichzelf. Daarom ontwikkelde AMS Institute in opdracht van het programma Toekomstbestendige Leefomgeving een online leeromgeving: Leerlab Infra. Op dit platform vinden infraprofessionals in heel Nederland de kennis, methoden en tools die kunnen helpen bij het versnellen en opschalen van innovaties. Met trainingen en workshops leren aannemers, gemeenten en onderzoekers hoe ze de Living Lab-werkwijze in hun eigen praktijk kunnen toepassen.
“Onze ambitie is om inzichten uit onderzoek, maar ook van collega’s en partners, toegankelijk te maken voor de praktijk. Zo zorgen we ervoor dat Living Labs kunnen bijdragen aan maatschappelijke verandering en helpen we echt impact te maken.” – Sterre Lidwine de Jager (promovendus aan de TU Delft
Dit artikel is een bewerking van het artikel dat eerder verscheen in AMS Impact Digest.