Algemeen

Interview: ‘Voor onze weerbaarheid moeten industrie,opdrachtgevers en beleid elkaar de hand reiken’

Op welke manieren draagt het programma Toekomstbestendige Leefomgeving bij aan de groei, versnelling en internationalisering van onze bouwsector? Kunnen we met elkaar de cruciale sprong in arbeidsproductiviteit maken, en tegelijkertijd zorgen voor een toename van ons verdienvermogen en onze export? We vragen het Monique Fledderman (consortium Gebouwen), Sacha Stolp (consortium Infra) en Goedele Geuskens (consortium Ecosysteem).  

Waarom is het TBL-programma wat jullie betreft zo belangrijk voor Nederland?

Goedele: “We hebben een gigantische nieuwbouwopgave én een enorme renovatieopgave. De sector moet dus productiever worden én anders gaan werken: meer biobased en circulair. Dat vraagt om veel meer digitalisering, industrialisatie en nieuwe vormen van samenwerken. Hoewel er al veel gebeurt, moet dit veel sneller in de praktijk landen. We hebben sterke innovaties nodig – technologisch en procesmatig én sociaal. Maar vooral is adoptie in de hele keten cruciaal. En ik denk dat het programma aan beide kanten echt verschil maakt. Binnen het project Human Capital Gebouwen van TBL werken vijf regionale ecosystemen met het Sharebouw & Techniek-concept dat TNO samen met TKI Bouw en Techniek heeft ontwikkeld. Met deze regionale aanpak verbinden we de werelden van werken, leren en innoveren om innovatie-adoptie en skillontwikkeling te versnellen. Deelnemers van bedrijven en andere partijen leren technische skills, bijvoorbeeld over biobased bouwen, het telen van nieuwe gewassen of hoe je data kunt delen. Maar ze leren juist ook sociale skills, zoals hoe je innoveert en implementeert en hoe je op een gelijkwaardige manier beter samenwerkt in de keten. Door deze aanpak ontstaan waardevolle netwerken tussen bedrijven, corporaties, innovatiepartners, gemeenten en onderwijsinstellingen. In TBL hebben we de impactstrategie van de regionale ecosysteemaanpak doorontwikkeld. Zo weten we veel beter welke stappen nodig zijn om innovatie en skillontwikkeling te versnellen, en met welke instrumenten je de verschillende stappen in het agenderen, uitproberen en opschalen van innovaties kunt ondersteunen vanuit een regionaal ecosysteem. We zetten deze aanpak ook in voor specifieke impactprojecten in het consortium Gebouwen.

Monique: “Binnen het consortium Gebouwen vatten we het vaak samen in vier W’s: weerbaar, wendbaar, werkbaar en wonen. Onze industrie moet weerbaar en wendbaar blijven. Dat betekent grip houden op grondstoffen én goed omgaan met energie, van problemen met netcongestie tot bedrijven die willen elektrificeren. Daarnaast krijgt de bouw te maken met een enorme golf aan Europees beleid en normalisatie, waaronder CPR (Construction Products Regulation), EPBD 4 (Energy Performance of Buildings Directive) en DPP’s (Digital Product Passport). Dat is veel, vooral voor het mkb. Daarom willen wij als consortium aan tafel zitten op de cruciale plekken, zodat we kennis kunnen inbrengen en meebeslissen over de werkbaarheid. De W van wonen staat voor innoveren om onze woondoelen mogelijk te maken.”

Sacha: “Sinds de bouwfraude is het wantrouwen zo groot geworden dat de infrasector helemaal is dichtgeregeld. Dat maakt dat we volharden in bestaande manieren van werken en bekende oplossingen; alles draait om controle, en dat werkt niet meer. Terwijl er juist enorm veel vakmanschap is om trots op te zijn. Dat vakmanschap hebben we echt nodig om een circulaire, datagedreven, klimaat- en toekomstbestendige sector te worden. Daarom voeg ik graag een vijfde W toe: die van werklol, of waardering. We realiseren ons nauwelijks hoe goed de infrastructuur in ons land functioneert en hoeveel mensen daar dag en nacht voor zorgen. Het is fantastisch om te zien dat we steeds vaker jonge mensen kunnen interesseren en betrekken bij onze opgave. Deze generatie is hands-on: zij willen niet alleen een Excel-sheet over klimaatverandering maken, ze willen wat dóén. Dat biedt de infra een enorme kans.”

Wat maakt het programma wat jullie betreft uniek?

Goedele: “Ik zie drie unieke punten. Ten eerste dat het programma technologische én sociale innovatie echt met elkaar verbindt. Dat is uitdagend in een sector die traditioneel vooral technologisch gedreven is. Ten tweede: de omvang. Als je echt verschil wilt maken, heb je massa nodig, en die heb je hier. En ten derde probeert het programma echt de hele keten bij elkaar te krijgen: van beleidsmakers en opdrachtgevers tot uitvoerders én opleiders. Die laatste groep is ook cruciaal, om ervoor te zorgen dat mensen straks ook kunnen werken met al die innovaties. Adoptie in de hele keten is cruciaal. Binnen het project Human Capital Gebouwen van TBL werken vijf regionale ecosystemen met het Sharebouw & Techniek-concept dat TNO samen met TKI Bouw en Techniek heeft ontwikkeld. Met deze regionale aanpak verbinden we de werelden van werken, leren en innoveren om innovatie-adoptie en skillontwikkeling te versnellen. Deelnemers leren technische skills, bijvoorbeeld over biobased bouwen, nieuwe gewassen en datadeling. Maar ook sociale skills, zoals innoveren, implementeren en samenwerken in de keten. Zo ontstaan waardevolle netwerken tussen bedrijven, corporaties, innovatiepartners, gemeenten en onderwijsinstellingen. In TBL hebben we de impactstrategie van de regionale ecosysteemaanpak verder ontwikkeld. Daardoor weten we beter welke stappen nodig zijn om innovatie en skillontwikkeling te versnellen.”

Sacha: “Voor mij zit dat in nog twee dingen. Het belangrijkste is dat we het liefdevolle contact hebben hersteld: dat we weer praten over gevoel, vakmanschap écht waarderen en wat we willen bijdragen. Dan ontstaat er mentaal weer ruimte om nieuwe dingen te doen. Zo was ik bij de gemeente Zaanstad. Zij staan nog aan het begin en vinden het spannend om ruimte te geven aan experimenten. Je voelt de oude verkramping: ‘Hoe kopen we dit in? Wordt het niet te duur?’ Terwijl ondernemers uit ons Amsterdamse netwerk staan te popelen om mee te denken. Binnen een uur veranderde de sfeer door anders te communiceren. Daarom hebben we een ‘Mediator of Innovation’ in het leven geroepen: iemand die initiatiefnemers, bouwers, innovators en vergunningverleners bij elkaar brengt en vertrouwen versterkt. Het tweede unieke aspect is de verschuiving van ambitie naar noodzaak. Circulair is geen ambitie meer, maar noodzaak. Ambities verdelen, noodzaak verbindt. We leven met 18 miljoen mensen op een plek die eigenlijk onmogelijk is, en toch floreren we. Om dat zo te houden, moeten we nú in beweging komen.”

Monique: “Ik vind vooral de programmatische aanpak belangrijk, waardoor je continu kunt bijsturen en nieuwe inzichten direct meeneemt. Daarmee houden we aansluiting met de praktijk. Ook de diversiteit is uniek. Bij het consortium Gebouwen zijn zo’n 90 partijen betrokken: bedrijven, onderzoekers, overheden, brancheorganisaties en normalisatiepartijen. Daardoor werk je fundamenteel anders samen. We ontwikkelden onder andere het Innovatieraamwerk. De kern is dat je samen innoveert richting een volwassen industrie en witte vlekken aanpakt. Daarbij combineren we normalisatie, industrialisatie, digitalisering en ketentransitie. Na prototyping worden in lokale pilots materialen, producten en concepten getest. Daarna volgt opschaling en versnelling. Dat maakt het programma krachtig.”

Hoe dragen jullie met TBL bij aan groei en verhoging van de arbeidsproductiviteit?

Monique: “We zetten sterk in op industrialisatie en digitalisering. In een werkpakket ontwikkelen we bijvoorbeeld nieuwe geïndustrialiseerde biobased productiemethoden. Maar ook de kringloop is cruciaal: produceren, plaatsen, demonteren en hergebruiken. Hoe zorg je dat materialen hun waarde behouden? Oplossingen ontstaan doordat de hele, deels Europese, keten samenwerkt. Daarnaast ligt er grote winst in digitalisering tussen ketenpartners. In de Circulaire Geveleconomie gaat het bijvoorbeeld om betere kennisuitwisseling tussen producenten en architecten. Dat leidt tot slimmer ontwerp en betere uitvoering. Door processen te standaardiseren, verminder je risico’s en kun je materialen beter plannen. Daarom werken we aan een Kringloop Integratie Platform.”

Sacha: “Bij Infra speelt dit op twee niveaus. In de bovenstroom verbeteren we technologische innovaties, zoals datagedreven onderhoud van bruggen en kademuren, en robots die werk automatiseren. Maar de sleutel zit in de onderstroom: mensen. We moeten de sector aantrekkelijker maken voor jongeren. Projecten zoals Multifunctionele Kademuren, met bijvoorbeeld onderwatervishotels, spreken aan. Zo verandert een aannemer in een kenniscentrum. We moeten laten zien dat dit werk bijdraagt aan levensgeluk en publieke waarde.”

Goedele: “Wij versnellen innovatie-adoptie en skillontwikkeling via regionale hubs. Innovaties richten zich op zowel productiviteit als duurzaamheid. Door slimmer datadelen voorkom je fouten en bespaar je tijd. Ook samenwerking verandert: minder hiërarchisch, meer ketengericht. Uit evaluaties blijkt dat deze aanpak innovatie en skillontwikkeling versnelt bij bedrijven, corporaties en gemeenten. Inmiddels zijn meer dan 600 partijen betrokken, verdeeld over vier hubs.”

Hoe draagt het programma bij aan verdienvermogen en internationale concurrentie?

Goedele: “Onze multi-stakeholderaanpak zorgt dat innovaties daadwerkelijk in de praktijk landen. We ontwikkelen vraag én aanbod, zodat innovaties het juiste TRL-niveau bereiken. Als je kunt aantonen dat oplossingen opschaalbaar zijn in Nederland, wordt internationale uitbreiding makkelijker.”

Sacha: “We laten zien wat mogelijk is in steden en zoeken de Europese dialoog op. Overal spelen dezelfde opgaven. Voor opschaling zijn een consistente Europese vraag en langetermijnzekerheid nodig. Zonder afnamezekerheid blijven investeringen uit. Omdat 70% van de Europeanen in steden woont, kunnen we enorme stappen zetten als steden samenwerken.”

Monique: “Het moet ook Europees geregeld worden. Daarnaast blijft de kringloop essentieel: produceren, hergebruiken en recyclen. Digitalisering tussen ketenpartners biedt veel winst. Door betere informatie-uitwisseling kun je efficiënter ontwerpen en bouwen. We werken aan systemen die apps en platforms met elkaar laten communiceren, zoals het Kringloop Integratie Platform.”

Sacha: “Een probleem is dat gemeenten allemaal eigen duurzaamheidsstrategieën hebben. Dat zorgt voor onduidelijkheid. Een Europees kader met lokale invulling zou veel efficiënter zijn.”

Het programma stimuleert samenwerking en innovatie. Welke projecten illustreren dat?

Sacha: “De Nieuwe Straat is een goed voorbeeld, met innovaties zoals een stapelrobot voor hergebruik van straatstenen. Dat is circulaire economie in de praktijk. Ook Bewezen Sterkte Kademuren is belangrijk: betere testmethoden zorgen dat we minder snel onnodig vervangen.”

Monique: “Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van Digitale Product Paspoorten en parametrisch ontwerpen. Twintig ICT-bedrijven werken hier samen aan. Daarnaast gebeurt er veel op industrialisatie, zoals verwerking van vezelhennep en modulaire bouwsystemen. We lopen hiermee vijf tot zeven jaar voor op het buitenland.”

Goedele: “Wij ondersteunen adoptie via onderwijs en praktijk. Studenten bouwen bijvoorbeeld mock-ups van woningonderdelen. Zo verbinden we leren, werken en innoveren en versnellen we toepassing.”

Hoe ziet de sector er over tien jaar uit?

Sacha: “We zijn er dan nog niet, maar met een sterke Europese samenwerking kunnen we grote stappen zetten. Ik hoop ook op meer jonge instroom en een einde aan de wij-zij-dynamiek. Misschien staan we dan in een ‘Vlindertuin’ van innovatie.”

Monique: “We moeten een sterke concurrentiepositie behouden. Circulaire businessmodellen blijven uitdagend. Samenwerking tussen industrie, overheid en opdrachtgevers is essentieel.”

Goedele: “De regionale ecosystemen hebben zich snel ontwikkeld tot krachtige samenwerkingen. Dat geeft vertrouwen. De productiviteitsprong vraagt balans tussen technologie, organisatie, keten en mens. Die balans wordt nu steeds beter.”

Dit interview komt uit het TBL-boek De sprong is aan ons – hoe 130 partijen samen innoveren voor een toekomstbestendige leefomgeving.

> Ga naar het boek (PDF)

Meer nieuws

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ieder begin van de maand het laatste nieuws in je mailbox.